60
De houder van een sportschutterslicentie:
A. kan enkel met de wapens schieten waarvoor hij zelf een wapenvergunning heeft
B. kan met alle vergunningsplichtige wapens schieten die hem op de schietstand ter beschikking worden gesteld, mits de sportschutterslicentie geldig is voor de wapencategorie
C. kan met alle vergunningsplichtige wapens schieten onder begeleiding, ongeacht de wapencategorie van deze wapens
168
Kan men met een voorlopige sportschutterslicentie een vergunningsplichtig vuurwapen aankopen zonder vergunning:
A. alleen indien men meerderjarig is.
B. neen.
C. ja, maar het wapen moet op de schietstand blijven.
146
Bij wijziging van de gegevens vermeld op de vergunning, andere dan het adres:
A. moet de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats alsook de lokale politie worden ingelicht;
B. moet de wapenbezitter geen initiatief nemen: via het rijksregister wordt de adreswijziging automatisch doorgegeven aan de diensten;
C. moet enkel de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats worden ingelicht binnen de 15 dagen
57
De jaarlijkse geldigverklaring van de sportschutterslicentie wordt aangevraagd:
A. tijdens de eerste twee maanden van een kalenderjaar
B. ten vroegste twee maand en ten laatste een maand voor de verjaardag van de sportschutterslicentie
C. zodra men 12 schietbeurten heeft gespreid over minstens 2 trimesters
111
Een vuurwapen geneutraliseerd na 8 april 2016 door de proefbank:
A. is altijd een vrij verkrijgbaar wapen
B. is enkel een vrij verkrijgbaar wapen als ook het attest van neutralisatie wordt voorgelegd, het kan enkel worden overgedragen met een formulier model 9ter
C. is een vergunningsplichtig wapen indien het wordt verkocht of overgedragen of wordt overgebracht naar een andere EU lidstaat
93
Een lang luchtdrukkarabijn voorzien van een onverwijderbare geluidsdemper:
A. is altijd een verboden wapen
B. is een vrij verkrijgbaar wapen
C. is enkel een verboden wapen als de kinetische energie gemeten op 2,5m van de loopmonding groter is dan 50J
14
Bij de aanvraag van een voorlopige sportschutterslicentie
A. moet een uittreksel strafregister worden voorgelegd dat niet ouder is dan 1 maand.
B. moet een uittreksel strafregister worden voorgelegd dat niet ouder is dan 3 maanden.
C. moet een uittreksel strafregister worden voorgelegd dat niet ouder is dan 6 maanden.
75
De attesten van slagen voor de theoretische proef uitgereikt door de politie:
A. zijn niet geldig bij de aanvraag van een sportschutterslicentie
B. zijn geldig bij de aanvraag van de sportschutterslicentie indien ze niet ouder zijn dan drie maanden
C. zijn steeds geldig bij de aanvraag van een sportschutterslicentie
137
Voor het beoefenen van een dynamische discipline, waarbij wapens gedragen worden in de schietruimte van een erkende schietstand:
A. is een bijkomende wapendrachtvergunning nodig per wapen dat men draagt
B. is een bijkomende wapendrachtvergunning nodig. Deze vergunning is geldig om alle wapens te dragen
C. moet geen bijkomende wapendrachtvergunning worden aangevraagd.
101
De ladercapaciteit van een halfautomatisch karabijn met randvuurmunitie (bijvoorbeeld .22 LR) is beperkt tot:
A. 10 patronen
B. 30 patronen
C. 40 patronen
5
Een pistool behoort tot:
A. wapencategorie A
B. wapencategorie B
C. wapencategorie C
192
Een essentieel onderdeel voor een vuurwapen dat wordt aangekocht in een andere lidstaat van de Europese unie:
A. kan altijd worden overgebracht zonder een toelating tot overbrenging te vragen bij de dienst Strategische Goederen van het Vlaams gewest
B. kan enkel worden overbracht mits aanvraag van een toelating tot overbrenging bij de dienst Strategische Goederen van het Vlaams gewest
C. zal nooit aan de proefbank moeten worden voorgelegd
178
De houder van een sportschutterslicentie:
A. kan munitie aankopen om die door te verkopen aan andere schutters voor zover deze andere schutters ook houder zijn van een sportschutterslicentie
B. moet bij aankoop zijn sportschutterslicentie en een identiteitskaart voorleggen
C. moet bij de aankoop van munitie de gouverneur informeren via een formulier model 9
83
Een tweeloop is:
A. een repeteervuurwapen
B. een enkelschotswapen
C. een semi-automatisch wapen
144
Als bij de vijfjaarlijkse controle blijkt dat de wapenbezitter gedurende langere tijd geen lid meer geweest is van een schietclub, geen houder van een sportschutterslicentie meer is en onvoldoende schietbeurten kan aantonen:
A. kan de gouverneur overgaan tot het intrekken van de wapenvergunningen
B. zal de gouverneur een verwittiging geven zodat de wapenbezitter zich opnieuw kan aansluiten bij een club en voldoende schietbeurten kan behalen. Er zal dan geen intrekking plaatsvinden
C. is de gouverneur ertoe verplicht om de vergunning te beperken door bezit van munitie uit te sluiten. Het wapen kan dan zeker worden behouden