|
|
| 4 | Een voorlopige sportschutterslicentie: |
| A. laat de houder ervan toe een voor het sportschieten ontworpen wapen te verwerven om
het wapen uit te proberen, hij moet het wapen daarna teruggeven |
| B. laat de houder ervan toe om het sportschieten te beoefenen onder begeleiding van een
meerderjarige lesgever die houder is van een sportschutterslicentie geldig in de
betrokken wapencategorie |
| C. laat de houder ervan toe om het sportschieten te beoefenen zonder enige begeleiding. |
| 128 | Een beslissing over de aanvraag voor een wapenvergunning
moet worden genomen: |
| A. binnen de twee maanden na aanvraag, tenzij bij gemotiveerde beslissing deze termijn
verlengd wordt |
| B. binnen de drie maanden na aanvraag, tenzij bij gemotiveerde beslissing deze termijn
verlengd wordt |
| C. binnen de vier maanden na aanvraag, tenzij bij gemotiveerde beslissing deze termijn
verlengd wordt |
| 54 | Bij verlies van de sportschutterslicentie: |
| A. stuurt de schietsportfederatie spontaan een nieuwe sportschutterslicentie op |
| B. moet met een bewijs van verlies een duplicaat worden aangevraagd bij de
schietsportfederatie |
| C. moet een duplicaat worden aangevraagd bij de provinciegouverneur |
| 141 | Waar mag er met een vergunningsplichtig vuurwapen geschoten worden: |
| A. overal waar men het vuurwapen wettelijk mag voorhanden hebben |
| B. op elke plaats waar men geen ongeval kan veroorzaken en er geen hinder is voor de
buurt |
| C. tijdens de jacht met een jachtwapen en in een erkende schietstand |
| 79 | De theoretische proeven in het kader van het sportschuttersdecreet
worden afgenomen: |
| A. door de lokale politie |
| B. door elke persoon die initiator is op een schietstand |
| C. door de erkende examinatoren van de federatie die ook de praktische proeven afnemen,
of door bestuursleden van de federatie |
| 106 | Het bezit van een trekkergroep die ervoor zorgt dat een vergund semi-
automatisch wapen ook automatisch kan schieten is: |
| A. verboden |
| B. toegelaten, het valt onder de vergunning voor het semi-automatisch wapen |
| C. een vrij verkrijgbaar onderdeel omdat het niet aan de proef is onderworpen |
| 57 | De jaarlijkse geldigverklaring van de sportschutterslicentie wordt
aangevraagd: |
| A. tijdens de eerste twee maanden van een kalenderjaar |
| B. ten vroegste twee maand en ten laatste een maand voor de verjaardag van de
sportschutterslicentie |
| C. zodra men 12 schietbeurten heeft gespreid over minstens 2 trimesters |
| 70 | De schietbeurten moeten gespreid zijn over minstens 2 trimesters.
Voor de berekening van deze trimesters: |
| A. begint men steeds op 1 januari te tellen |
| B. begint met te tellen op 15 juni omdat het sportschuttersdecreet dan in werking trad |
| C. begint men te tellen vanaf de verjaardag van de sportschutterslicentie, dit is de dag
waarop ze werd uitgereikt |
| 137 | Voor het beoefenen van een dynamische discipline, waarbij wapens
gedragen worden in de schietruimte van een erkende schietstand: |
| A. is een bijkomende wapendrachtvergunning nodig per wapen dat men draagt |
| B. is een bijkomende wapendrachtvergunning nodig. Deze vergunning is geldig om alle
wapens te dragen |
| C. moet geen bijkomende wapendrachtvergunning worden aangevraagd. |
| 154 | Bij de overdracht van een vuurwapen dat zonder vergunning kan
worden voorhanden gehouden door een sportschutter aan de
houder van een sportschutterslicentie: |
| A. wordt het formulier van overdracht “model 9” binnen de acht dagen verstuurd naar de
gouverneur bevoegd voor degene die het wapen overdraagt; |
| B. wordt het formulier van overdracht “model 9” binnen de acht dagen verstuurd naar de
gouverneur bevoegd voor degene die het wapen verwerft |
| C. wordt het formulier van overdracht “model 9” binnen de acht dagen verstuurd naar het
Centraal Wapenregister; |
| 143 | Indien de gouverneur beslist om een wapenvergunning in te trekken,
te beperken of te schorsen, of indien de gouverneur het recht om een
wapen voorhanden te hebben intrekt: |
| A. is geen administratief beroep mogelijk; |
| B. kan de aanvrager binnen de 15 dagen na kennisname in beroep gaan bij de Federale
Wapendienst |
| C. kan de aanvrager binnen de 15 dagen na kennisname in beroep gaan bij de Vlaamse
minister bevoegd voor Sport |
| 165 | Tijdens het vervoer van vergunnigsplichtige wapens en munitie: |
| A. mogen de laders van de wapens gevuld zijn als het wapen ongeladen is |
| B. mogen de laders van de wapens gevuld zijn maar mogen ze niet in het wapen zitten |
| C. moet het wapen ongeladen zijn en moeten de magazijnen leeg zijn |
| 102 | Voor niet-parcoursschutters is de ladercapaciteit van een pistool beperkt
tot: |
| A. 15 patronen |
| B. 20 patronen |
| C. 30 patronen |
| 156 | Om te bepalen welke regels van toepassing zijn in functie van de
hoeveelheid opgeslagen wapens: |
| A. worden alle wapens meegeteld die zich op dezelfde plaats bevinden; |
| B. worden alle vergunningsplichtige wapens meegeteld die zich op dezelfde plaats bevinden |
| C. worden alle vergunningsplichtige vuurwapens meegeteld die zich op dezelfde plaats
bevinden; |
| 163 | Tijdens het vervoer van vergunnigsplichtige wapens en munitie: |
| A. moet de munitie worden opgeslagen in een veilige verpakking, deze verpakking mag zich
bij het wapen bevinden |
| B. moeten het wapen en de munitie afzonderlijk vervoerd worden, bijvoorbeeld
in
afzonderlijke koffers of afzonderlijke verpakkingen zodat ze niet samen toegankelijk zijn |
| C. mag de munitie om het even hoe in het voertuig vervoerd worden |