116Vanaf welke leeftijd kan men in Vlaanderen schieten met een niet- vergunningsplichtig luchtdrukwapen:
A. er is geen opgelegde minimumleeftijd.
B. vanaf 12 jaar.
C. vanaf 14 jaar
47Tegen de intrekking van de sportschutterslicentie uitgereikt door een schietsportfederatie, is een administratief beroep mogelijk bij:
A. de Vlaamse minister bevoegd voor sport (via Sport Vlaanderen)
B. de minister van Justitie
C. de provinciegouverneur
42Welke proeven moet men afleggen om na 5 jaar een sportschutterslicentie te hernieuwen:
A. een theoretische en praktische proef.
B. alleen een theoretische proef bij substantiële wijziging van de regelgeving.
C. geen enkele.
167Een vergunningsplichtig wapen mag vervoerd worden:
A. tussen de verblijfplaats en de plaats van tewerkstelling als men achteraf gaat schieten
B. tussen de verblijfplaats en de schietstand en tussen de verblijfplaatsen onderling
C. elk traject is mogelijk voor zover men een wettige reden heeft voor het vervoer
17Het medisch attest kan worden afgeleverd:
A. door elke arts
B. enkel door artsen die erkend zijn door de federatie
C. enkel door artsen die erkend zijn door de Vlaamse minister bevoegd voor sport
108Een zwartkruit wapen vervaardigd in 1895 waarvan het brevet dateert van 1860:
A. is altijd een vrij verkrijgbaar wapen
B. is een vergunningsplichtig wapen als het gebruikt wordt om mee te schieten, in dat geval dient altijd een vergunning aan de gouverneur te worden gevraagd
C. is een vergunningsplichtig wapen, het kan mogelijk worden geregistreerd via een sportschutterslicentie geldig in wapencategorie E
161Stickers van wapen merken:
A. mogen niet worden aangebracht in een wapenkluis
B. mogen overal gekleefd worden waar men wil
C. mogen er niet toe leiden dat onbevoegden een indicatie hebben van de juiste plaats waar wapens en munitie liggen opgeslagen
98Een nachtkijker ontworpen om op een wapen te worden geplaatst, of een vuurwapen uitgerust met een nachtkijker is:
A. verboden
B. toegelaten
C. enkel toegestaan voor de houders van een jachtverlof
124De houder van een geldige sportschutterslicentie moet, bij de aanvraag van een wapenvergunning:
A. altijd een medisch attest voorleggen
B. nooit een medisch attest voorleggen
C. enkel een medisch attest voorleggen indien het aangevraagde wapen behoort tot een andere wapencategorie dan een wapencategorie waarvoor zijn sportschutterslicentie geldig is
4Een voorlopige sportschutterslicentie:
A. laat de houder ervan toe een voor het sportschieten ontworpen wapen te verwerven om het wapen uit te proberen, hij moet het wapen daarna teruggeven
B. laat de houder ervan toe om het sportschieten te beoefenen onder begeleiding van een meerderjarige lesgever die houder is van een sportschutterslicentie geldig in de betrokken wapencategorie
C. laat de houder ervan toe om het sportschieten te beoefenen zonder enige begeleiding.
196Aan de exploitant van de schietstand:
A. moet steeds een uittreksel uit het strafregister worden bezorgd
B. moet steeds een uittreksel uit het strafregister worden bezorgd, tenzij door de houder van een sportschutterslicentie of een jachtverlof
C. moet nooit een een uittreksel uit het strafregister worden bezorgd
104Ik ben houder van een (wapen)vergunning voor een semi-automatisch karabijn die werd afgegeven op 25 mei 2017. Ik heb het wapen verworven op 16 juni 2017. Volgende uitspraak is correct:
A. ik mag enkel laders met een maximumcapaciteit van 10 patronen in bezit hebben
B. ik mag enkel laders met een maximumcapaciteit van 30 patronen in bezit hebben
C. er geldt geen beperking van de maximumcapaciteit van de lader
64Indien de sportschutterslicentie wordt verleend:
A. heeft dit geen enkele invloed op het resultaat van een moraliteitsonderzoek indien later een wapenvergunning wordt aangevraagd bij de gouverneur
B. kan de gouverneur een latere vergunningsaanvraag om een wapen voorhanden te houden niet meer weigeren
C. is het nooit meer nodig nog een vergunning aan te vragen bij de gouverneur vermits alle wapens die tot een wapencategorie behoren waarvoor de sportschutterslicentie geldig is zonder vergunning kunnen worden verworven
86Een semi-automatisch wapen:
A. dient na elk schot te worden herladen
B. is een verboden wapen
C. kan projectielen één per één afvuren bij elke druk op de trekker. Na het afvuren van het projectiel wordt automatisch een volgende patroon gekamerd
194Alcoholische dranken:
A. mogen genuttigd worden voor het schieten, maar niet tijdens het schieten
B. mogen genuttigd worden voor het schieten, voor zover het alcoholgehalte in het bloed kleiner blijft dan 0,5 promille
C. mogen enkel genuttigd worden na het schieten